| |
 |
 Vietnam deel 2
VIETNAM
|
13 November 2006 | 11:26:51
 |
Goodmorning Vietnam!
4-11-2006 tot 12-11-2006
Dalat is een echte bergstad en ook het centrum heeft hoogteverschillen, wat jezelf oriënteren moeilijk maakt. Normaal heb ik weinig problemen met de weg vinden, maar een avondwandeling hier zorgt voor heel wat onnodige kilometers en vaak: Hé, hier ben ik al twee keer langs gekomen!
Begrijp me niet verkeerd; het is absoluut geen grote stad, integendeels zelfs, het is zonder problemen lopend of met de fiets te doen.
Er valt hier heel veel te bezoeken, maar aangezien ik slechts één hele dag de tijd heb, besluit ik een fiets te huren en naar de berg Lang Bian te gaan, welke 13 kilometer buiten de stad ligt.
De heenreis gaat voorspoedig; het chaotische verkeer (wat mijn grootste zorg was) blijkt reuze mee te vallen en de rit gaat voornamelijk bergafwaarts, dwars door rijstvelden en akkers.
De toegangskosten om de berg zelf te mogen beklimmen bedragen maar liefst 50.000 dong; tja, zelfs in Azië gaat de zon niet voor niks op!
Een flinke klim door een bos dat verdomd veel op een bos in Nederland lijkt ( waarschijnlijk door de Fransen beplant) en het uitzicht is beeldschoon.
Mijn geluk kan niet op als ik op de terugweg een slang op mijn weg vind, die ik heel netjes op de foto kan zetten.
Na een voor mij nu korte rit in een bus, vijf uurtjes maar, ben ik Nha Trang. Deze plaats ligt aan de Zuid-Chinese Zee.
Tijd om even bij te komen en te genieten van een paar dagen strand! Een hotel voor maar zes dollar per nacht, kamer met uitzicht op zee, alleen maar de straat oversteken en dan lig ik al in zee, wat wil je nog meer?
Het is hier ook meteen een stuk warmer dan in de bergen, ongeveer 30 graden en er waait een lekker zeewindje.
Ik besluit het er even van te nemen en boek een 4- eilandentoer. Die wordt uiteindelijk helemaal te gek; op de boot alleen maar Vietnamezen, jong en oud en bijna allemaal op huwelijksreis!
De bemanning vindt het een goed idee om mij een beetje voor clown te laten spelen. Nou, dat zullen ze weten, ik zet ze totaal voor gek!
Verder wordt er gesnorkeld, wat een heel mooi uitzicht op de onderwaterwereld geeft en aan boord wordt er bier en heerlijk eten uitgedeeld.
Op een ander eiland gaan we aan land en hoewel iedereen lekker op het strand blijft, kan ik het niet laten om landinwaarts te gaan kijken of ik nog wat dieren kan vinden. Zo vind ik onder een steen ongeveer 20 zeer giftige schorpioenen en onder een andere steen hagedissen. Natuurlijk maak ik er foto's van!
De kosten van deze mooie dag zijn maar liefst 4 dollar, au, mijn portemonnee!
De volgende dag besluit ik de gok te wagen en huur ik een brommer. Helaas hebben ze ze alleen maar met versnelling en geen automaat.
Deelname aan het verkeer hier is zo'n beetje hetzelfde als een zelfmoordpoging, maar als je gewoon alle verkeersregels aan je laars lapt en niet nadenkt, dan kom je een heel eind! En wàt je ook doet: niet stoppen op de weg, niet stoppen!!!
Ik vind mijn weg naar de Thap Ba Hot Spring Center en laat me verwennen door een modderbad van natuurlijke modder bij de bron ( yeah right ).
Lekker anderhalf uur dompelen in het warme bronwater voelt heerlijk relaxed! Als afsluiting nog een massage en ik ben weer helemaal toppie, tja het leven van een backpacker gaat niet over.....
Hoi An is mijn volgende stop, vroeg in de morgen na een 12 uur durende rit per bus. Iedereen is moe maar ik niet; de slaappil die ik gisteravond ingenomen heb, heeft uitstekend gewerkt, samen met het reiskussentje dat ik ook had aangeschaft voor deze reis. Op deze manier spaar ik een dag slapen uit!
De dagen vliegen voorbij en ik heb nu nog maar 8 dagen voordat mijn visum afloopt, namelijk op 17 november, dus dan moet ik Vietnam uit zijn ( 17 november is mijn verjaardag, wat een aardig kado, nietwaar? )
Ook hier heb ik een aardig hotel gevonden voor 6 dollar per nacht. Helaas ligt het precies tussen het centrum van de stad en het strand in en dus nèt even te ver om ergens naar toe te lopen, maar gelukkig bieden ze gratis fietsen aan die niet in echt in goede staat zijn, de remmen werken maar zelden.
Dus ik huur weer een brommer en nu race ik zelfverzekerd, zonder te kijken de weg op! Wees niet bang: dit doet iedereen, dus ze zijn het gewend! Alleen wordt het spannend als ik straks in Nederland weer ga deelnemen aan het verkeer!
Het strand en de zee ( Cua Dai Beach ) zijn geweldig! Er is dan wel geen blauw helder water zoals in de tropen, maar de kleur is meer zoals de Noordzee bij ons. De golven daarentegen zijn meters hoog en ik vermaak me uren door mezelf er door te laten meeslepen, ik voel me weer als een kind!
Het centrum van de stad is beroemd vanwege de straten met de Vietnamese lantaarns, die hier gemaakt worden en in het donker is het een feest voor de ogen als ze oplichten.
Mijn tijd hier zit erop en ik verlaat deze mooie stad met tegenzin! Na een tussenstop van 5 uren in Hue waar ik nu op dit moment ben, ga ik weer een nachtelijke rit van 12 uren tegenmoet naar mijn eindbestemming in Vietnam, Hanoi.
|
|
|
 |
 |
 Vietnam
VIETNAM
|
09 November 2006 | 03:56:09
 |
Ho Chi Minh
31-10-2006 tot 3-11-2006
Aangekomen in Ho Chi Minh City, ofwel het vroegere Saigon, blijft de door mij verwachte gekte van fietsers en brommers uit. Jawel, ze zijn er wel, maar het valt gewoon niet meer op, want in Phnom Pen is het precies hetzelfde.
Omdat geen idee heb waar de bus zal stoppen blader ik door mijn Lonely Planet (Southeast Asia on a shoestring). Maar als we er eindelijk zijn haal ik opgelucht adem, het is de backpackerswijk, waar ik toch al naar toe wilde.
Zelfverzekerd stap ik uit, ontwijk de taxi-en brommer- chauffeurs en loop richting een straat die me dieper de wijk invoert, om op zoek te gaan naar een slaapplaats.
Net als ik de straat inloop, staat er een oude bekende voor mijn neus die net zo verbaasd is als ik! Herinneren jullie je die vrolijke Ierse kerel uit Lhasa (Tibet) nog? Goh, ik heb hem al twee maanden niet meer gezien en dan kom je elkaar hier, zomaar uit het niets weer tegen.
Hij heeft helaas weinig tijd, want hij gaat dezelfde bus nemen als die waar ik mee gekomen ben, alleen in de tegenovergestelde richting.
Gelukkig weet hij een goed en vooral goedkoop hotel en wijst me de weg, zodat ik niet hoef te zoeken en vooral niet hoef af te dingen, want dat heeft hij al gedaan toen hij er verbleef, zodat ik nu de juiste prijs weet!
Na te voet het backbackersgedeelde te hebben verkend, een lekker noodlessoepje en een paar biertjes achterover geslagen te hebben (God, I love happy hour!), val ik op het grote bed in mijn kamer in een diepe slaap.
De volgende morgen begin ik fris aan een bezoek van het War Remnants Museum (10.000 dong entree). Heel erg leerzaam, je krijgt er echt een ander beeld van de Vietnamoorlog!
Uiteraard hoort een bezoek, de volgende dag, aan de Cu Chi tunnels erbij! Dit is een tunnelcomplex waaraan begonnen is tijdens de oorlog met de Fransen, maar hergebruikt en flink vergroot is tijdens de oorlog met Amerika.
De Viet Cong maakte een tunnelsysteem dat alleen al in het Cu Chi-district meer 200 km lang was en dat liep van de grens met Cambodja tot Saigon en zelfs onder een Amerikaanse basis, zodat ze zonder dat Amerikaanse soldaten het wisten, wapens en munitie konden stelen.
De Amerikanen hebben alles gebrobeerd om de tunnels te vernietigen, maar dat is niet gelukt omdat het tunnel- complex gemaakt was in kleigrond en zeer kundig was ontworpen.
Bij Cu Chi kun je tegenwoordig de tunnels bezoeken(4 dollar per bus + 70.000 dong entree) en zelfs een tocht maken in een gedeelte dat voor dit doel een beetje vergroot is. Toch is het voor iemand van mijn lengte nog steeds erg krap en erg warm; het is ongelofelijk dat de Viet Cong er soms dagen en weken in doorbracht.
Dalat
Ik ben nu in Dalat, na een rit door de bergen van zeven uur in een open ticket bus (9 dollar). Dit houdt in dat je er uit kunt gaan bij de plaatsen die op de ticket staan en als je weer verder wilt, hoef je dat alleen maar een dag van tevoren te bevestigen.
In deze stad die op een hoogte van 1475 meter ligt, is het koud en de lokale bevolking heeft de dikke winterjas aan. Ik daarentegen, loop nog gewoon in mijn korte broek en geniet ervan dat het niet zo erg warm is, het lijkt hier wel lente.
De stad heeft namelijk ook de naam: "Stad van de Eeuwige Lente", want ze heeft mooie, met bloemen begroeide parken en een groot meer waarop verliefde stelletjes met een boot in de vorm van een zwaan kunnen varen.
Morgen met een fiets er op uit......
( 10 dollar = 150.000 Dong ) |
|
|
 |
 Cambodja deel 2
CAMBODJA
|
03 November 2006 | 14:37:54
 |
Siem Reap
25-10-2006 tot 30-10-2006
Ondanks dat het amper de naam van stad waard is, is Siem Reap toch beroemd vanwege de Angkor tempels die rond de stad liggen.
Ik besluit een iets luxere bus te nemen en voor 9 dollar enkele reis heb ik tenminste een keer genoeg beenruimte.
Aangekomen in Siem Reap worden we overvallen door de vele tuk-tuk chauffeurs, maar ik ben de laatste keer nog niet vergeten en na twee keer flink te zijn uitgevallen met "Go out my fuck way!" en "Touch me again and you're death!" plus een blik op mijn gezicht die onheil voorspelt, loop ik naar de weg en neem een tuk-tuk die gewoon netjes wacht op klanten.
Ik weet, het is niet goed wat ik deed, want het is voor hun een manier van overleven, maar toch, je wordt er agressief van want het voelt erg bedreigend! De tuk-tuk chauffeur vertelt me dat hij al twee weken geen klant heeft gehad. Hij brengt me gratis naar een door mij gekozen hostel en ik spreek met hem af dat hij mijn gids en chauffeur mag zijn voor twee dagen (22 dollar).
De volgende dag staat hij netjes te wachten op de afgesproken tijd en rijden we naar de ticket office waar ik een 3-daagse pas koop (1 pasfoto + 40 dollar).
Die prijs is een gemiddeld inkomen van een inwoner voor twee maanden, maar natuurlijk, die hebben gratis entree, lekker eerlijk he!
Het is zo warm hier ik dat ik na drie tempels bijna flauwval, maar na het drinken van een stuk of wat kokosnoten voel ik mij gelukkig weer beter en bezoek het grote tempelcomplex van Angkor Wat.
Echt supermooi zijn de tempels die omringd worden door jungle, waar ik tegelijkertijd geniet van de vele reptielen die leven bij de ruïnes.
Aan het einde van de tweede dag heb ik duidelijk genoeg van de hitte en stelt de chauffeur me voor om een duik te nemen in een groot meer. Ik stem ermee in en laat me afkoelen door een duik in het groene water.
De avonden kom ik door met bier drinken en het spelen van pool voor gratis bier.
Terug in Phnom Pen bezoek ik een waterpark (3 dollar), wat helaas niet veel voorstelt, maar het geeft een goed beeld hoe preuts de dames hier zijn, want een normaal badpak, laat staan een bikini, zul je hier niet zien.
Na een busticket naar Ho Chi Minh (Vietnam) gekocht te hebben ben ik klaar voor de volgende trip. |
|
|
 |
 Cambodja
CAMBODJA
|
30 Oktober 2006 | 04:39:30
 |
Opgelicht!
15-10-2006 tot 24-10-2006
Het is mijn bedoeling zo dicht mogelijk bij de grens van Cambodja te komen, zonder dat ik te maken krijg met de vele trucs van reisbureaus in Bangkok die goedkope busreizen naar Cambodja aanbieden, welke zeer langzaam gaan, alleen maar om je in het donker te laten aankomen bij een van de door hun gekozen, veel te dure gasthuizen, waar zij weer geld van krijgen.
Want als het donker is en je hebt een zeer lange, oncomfortabele rit achter de rug, ga je niet zo snel op zoek naar wat anders.
Dus ik besluit zelf per bus naar Trat te gaan, een plaatsje dat op ongeveer anderhalf uur rijden van de grens ligt.
's Morgens neem ik de eerste minibus, die om 6:00 uur behoort te vertrekken, wat helaas 6:30 wordt! Kom ik om 7:45 uur bij de grens, word ik daar bestormd door taxichauffeurs! Je krijgt geen moment om te denken want ze schreeuwen door elkaar en trekken aan je arm!
Juist voor dit soort dingen is het eigenlijk ideaal om met z'n tweeën te zijn, of nog beter met een hele groep omdat je ze dan kunt afschudden.
Ik kies een jonge knaap uit die ermee akkoord gaat mij voor 50 bath naar de boot te brengen die naar Sihanoukville vaart, dat aan de golf van Thailand ligt.
Maar hij zegt dat de boot, die maar 1 keer per dag gaat, om 8:00 uur vertrekt en niet om 9:00, zoals ik vernomen heb. Ik laat me door hem leiden naar de douane van Thailand en na de exit stempel ga naar de Cambodja douane, waar ik ook nog mijn visum moet laten maken en vervloek mezelf dat ik dit niet al in Bangkok heb gedaan. Want aangezien het visum 1100 bath kost en ik mijn laatste brief je van honderd gebruikt heb voor de minibus...Je hoort ook gewoon met 20 dollar te kunnen betalen, maar dit weigeren de douanebeambtes, waardoor ik gedwongen word met 2000 bath te betalen en krijg ik maar 800 bath terug.
Protesteren doe ik niet omdat ik met mijn hoofd bij de boot ben die ik misschien nog kan halen, want ik zuid-oost Azië gaat niks op tijd.
Per auto met mijn chauffeur en "2 vrienden??" rijden we naar het plaatsje vanwaar de boot vertrekt, hoewel ik geen idee heb of dat wààr is, aangezien ik hier nog nooit ben geweest.
Maar eerst nog even de tol betalen als hij de auto stopt bij de tolpoort! "Heb je 4000 riel?" (4100 riel = 1 dollar). Natuurlijk heb ik geen riel, dus 1 van de "vrienden" leent me het geld en we rijden snel door. Ze twijfelen of ik de boot ga halen, aangezien het nu 8:15 uur is, maar er gaat ook een bus, dus ik kan vandaag nog weg hier.
"Je kunt beter bath voor riel wisselen", opperen ze, "want dat wordt het meest gebruikt hier". Ik twijfel, want ik dacht dat de dollar het meest gebruikt werd, maar ze lijken eerlijk en ik wil snel naar de boot; mischien is-ie er nog!
We stoppen bij een markt waar een meisje geld wisselt. Ik zeg dat ik bij een bank wil wisselen, maar ze zeggen dat er in dit kleine dorpje geen bank is, dus ik leg 2000 bath neer.
"Je kunt beter mèèr wisselen!", zegt de "vriend" die mij de riels geleend heeft. Ik ben te moe en te gespannen om na te denken en leg 4000( ongeveer 85 euro ) bath neer.
Zonder naar een koers te vragen, neem ik de berg met geld aan in keurige stapeltjes; de jongens zeggen: "Kom snel in de auto, dan kijken we of de boot er nog is!"
Toch blader ik door de grote stapel met riel, maar heb geen idee hoeveel het zou moeten zijn en dan zie ik het meisje kijken! Wat ik me pas later (te laat) bedenk, kijkt ze verschrikt, ergens diep in mijn hersenen weet ik dat ze mij hebben opgelicht.
Uiteraard is de boot al weg en nu mijn hoofd weer helder is en ik een gasthuis zie, vlakbij de afmeerplaats, zeg ik dat ik daar wel kan blijven en morgen de boot neem.
Ze weten me te overtuigen dat het beter is om gewoon met de bus te gaan, wat ongeveer even lang duurt en goedkoper is dan de boot. Ik stem toe en ze brengen me naar de bus die helaas al vol is.
Ze lijken echt te willen helpen om mij vandaag al naar Sihanoukville te krijgen, dus vind ik het goed dat ze mij naar een soort taxi/bus-verzamelplaats brengen.
Hier gaan gedeelde taxi's en minibussen naar verschillende plaatsen, maar een buitenlander is natuurlijk rijker,dus die vragen we het driedubbele van de prijs! Mijn nieuwe "vrienden" onderhandelen voor me en komen met het voorstel: 30 dollar voor een gedeelde taxi, of 25 dollar in een volgepropte minibus.
Ik ga niet akkoord en zeg dat ik naar het gasthuis wil bij de boot, maar ze lijken me daar niet naar toe te willen brengen en blijven onderhandelen. Helaas gaat er bij mij nog steeds geen lichtje branden. Uiteindelijk, als ze zien dat ik echt van plan ben om weg te lopen, gaat een taxi- chauffeur akkoord met 20 dollar en honderd bath (de 100 bath is natuurlijk voor mijn "vrienden") voor een gedeelde taxi.
Ik vind het eigenlijk nog steeds te veel, aangezien de boot maar 600 bath is, maar een nacht in een gasthuis zou op hetzelfde bedrag uitkomen, dus besluit ik het maar te doen, alleen al om van mijn "vrienden" af te zijn, die trouwens 200 bath willen voor hun extra service.
Na iedereen opgehaald te hebben, zitten er 4 vrouwen en een baby achterin en ik zit op de stoel naast de chauffeur, die op zijn eigen stoel nog een man naast zich heeft!
Ik vraag me af hoe hij dat vol gaat houden op een ongeveer 7 uur durende rit, maar hij lijkt zich er niet druk om te maken.
In mijn hoofd ben ik me er nu eindelijk van bewust dat ik naar alle waarschijnlijkheid ben opgelicht met het geld wisselen; ik zie in mijn gedachten het meisje schrikken toen het erop leek dat ik het geld begon na te tellen! En dan nog die "vrienden", die mij uit alle macht weg wilden hebben naar Sihanoukville! Ik wil het geld niet tellen in de auto vol met mensen, dus besluit te wachten tot ik in mijn gasthuis ben.
Eerst heb ik er spijt van dat ik niet gewacht heb op de boot, omdat de weg zo slecht is, maar dit verandert snel als ik de geweldige omgeving zien en we stoppen in het zoveelste armoedige dorpje waar we de rivier moeten oversteken per boot. Dit geeft een ongelofelijk gevoel van avontuur!
De mensen zijn er aardig en ik krijg veel bekijks, het is duidelijk een niet veel bereisde route.
Na 6 uur rijden komen we aan bij een asfaltweg; duidelijk een hoofdweg, aangezien we tijdens de hele rit geen asfalt hebben gezien.
Ik begrijp niet helemaal waarom mijn chauffeur is gestopt, maar als hij een bus aanhoudt waar toeristen in zitten, wordt het mij duidelijk. Hij zegt dat ik de rest met de bus ga, die ik niet hoef te betalen want dat heeft hij al gedaan. Ik zeg met een boze stem dat dit niet de afspraak was, aangezien ik betaald heb voor een taxi naar Sihanoukville en een bus een stuk goedkoper zou zijn!
Hij snapt opeens geen Engels meer en ik ben de auto met de luide Cambodjaanse muziek eigenlijk al meer dan zat, dus stap ik in die bus.
Eindelijk een strandvakantie!
Sinds ik op reis ben heb ik amper ècht rust genomen en de landen die ik bezocht, hadden geen grens aan zee of ik ben er niet in de buurt geweest.
Ik besluit om hier een paar dagen te gaan genieten en neem een kamer in een gasthuis met kabel tv en een eigen badkamer op zo'n 300 meter van het strand (Occheuteal Beach), voor maar 4 dollar per nacht.
Na eerst de stapels riel geteld te hebben, kom ik op ongeveer 60 euro uit (wat 80 euro had moeten zijn!). Boos op mezelf tel ik het geld voor de derde keer, ja hoor, 20 euro te kort: Smerige klote ..(piep) ! En ik heb al gezien dat alles zo beetje in dollars geprijsd is en riel alleen gebruikt wordt op markten en voor zeer lage bedragen.
Boos ben ik voornamelijk omdat ik al lang reis en gewoon beter had moeten weten! De regel is: vertrouw gewoon niemand en zorg dat je nooit haast hebt bij het oversteken van grensovergangen!
Maar toch: iedereen wordt opgelicht in deze landen, wie zegt van niet die liegt of erger nog, heeft het niet eens door!
Ik probeer de boosheid uit mijn hoofd te krijgen en ga naar het strand, wauw, de zonsondergang is oogverblindend mooi, het zand zacht en het water lekker warm, oh ja, heb ik al gezegd dat reizen zwaar is?
De komende dagen lig ik lekker elke dag op het strand en geniet van het lekker eten en drinken van kokosnoten.
Phnom Pen
Na een busrit van 5 uur kom ik aan in de hoofdstad en neem een kamer in een hotel dat ligt aan het uitgaans- gebied. Het lijkt een beetje op Bangkok, maar is duidelijk een stuk armoediger, wat niet wegneemt dat ze 1 tot 1,5 dollar voor een blikje Lao bier durven te vragen.
Het eten is hier ook niet goedkoop en een maaltijd, westers of aziatisch, komt ongeveer op 5 dollar.
De stad is net iets te groot om alles lopend te doen, dus laat ik me rijden door brommertaxi's, wat mij vele malen doodservaringen bezorgt! Er zijn hier volgens mij weinig tot geen vereersregels en ongelukjes zijn aan de orde van de dag, welke ik zelf ook ondervind, gelukkig niet te erg.
Een bezoek aan de voormalige school Toul Sleng (2 dollar entree), beter bekend als S-21, die van 1975 tot 1979 door Pol Pot gebruikt werd om gevangenen te martelen en te doden, hoort erbij.
Aangekomen bij de martelkamers hangt geheel overbodig een bord dat je stil moet zijn, maar de foto's van de gevangenen die doodgemarteld op de ijzeren bedden liggen, zorgen voor een brok in mijn keel!
In een ander gedeelte van de gevangenis staan borden met daarop namen van de vele slachtoffers: mannen, vrouwen,kinderen, baby's en niet alleen uit Cambodja , maar ook uit de omringende landen en zelfs van een paar westerlingen.
Gruwelijke foto's en schilderijen geven weer hoe de apparaten zijn gebruikt om de geschatte 17,000 gevangenen te dwingen een vaak valse bekentenis af te leggen en dwangarbeid te laten verrichten, om ze vervolgens te doden in 1 van de vele "killing fields". Choeung Ek is de bekendste en meest bezochte.
Ook hier breng ik een bezoek aan, maar er is niet veel meer te zien dan de kuilen met een bordje "massagraf", zoveel doden erbij en een toren van duizenden menselijke schedels.
Het was een lange rit achter op de brommer (15 km) en ik ben in een half uur uitgekeken, dus de chauffeur stelt voor naar de schietbaan te gaan, die er niet ver vandaan ligt.
Hier kan ik mijn woede koelen op de personen die verantwoordelijk waren voor de genocide en die overigens nooit berecht zijn (Hebben we na de tweede wereldoorlog niet gezegd "dit nooit meer",wat mij betreft heeft de wereld weer gefaald) en zo even afreageren met een AK-47 in automatische stand en ik schiet het hele magazijn leeg.
Tuol Sleng reglement voor de gevangenen:
When prisoners were first brought to Tuol Sleng, they were made aware of ten rules that they were to follow during their incarceration. What follows is what is posted today at the Tuol Sleng Museum, the grammar is a result of the translation from the original Khmer:
- 1. You must answer accordingly to my question. Don't turn them away.
- 2. Don't try to hide the facts by making pretexts this and that, you are strictly prohibited to contest me.
- 3. Don't be a fool for you are a chap who dare to thwart the revolution.
- 4. You must immediately answer my questions without wasting time to reflect.
- 5. Don't tell me either about your immoralities or the essence of the revolution.
- 6. While getting lashes or electrification you must not cry at all.
- 7. Do nothing, sit still and wait for my orders. If there is no order, keep quiet. When I ask you to do something, you must do it right away without protesting.
- 8. Don't make pretext about Kampuchea Krom in order to hide your secret or traitor.
- 9. If you don't follow all the above rules, you shall get many many lashes of electric wire.
- 10. If you disobey any point of my regulations you shall get either ten lashes or five shocks of electric discharge.
Op naar Siem Reap en de beroemde Angkor tempels! |
|
|
 |
 van Nepal naar Thailand
NEPAL
|
15 Oktober 2006 | 19:29:24
 |
Van Nepal naar Thailand
29-9-2006 tot 14-10-2006
De in Kathmandu geregelde vliegticket naar Bangkok kost maar liefst 235 dollar met Royal Nepal Airlines, maar ik mag al blij zijn er eentje te bemachtigen! Omdat er een festival aan de gang is in Nepal zijn veel bedrijven en winkels dicht!
Noga heeft nog niks kunnen boeken omdat ze ziek geweest is en nu heeft ze de grootste moeite een ticket naar Beijing (China) te krijgen. Uiteindelijk lukt het haar een ticket via Bangkok naar Beijing te regelen via een reisbureau, waarvan de medewerker die ons helpt meer een soort "vriend" van ons is geworden.
Je raadt het natuurlijk al: haar vlucht naar Bangkok is dezelfde vlucht is waar ik ook in zit ( diepe zucht ).
Vanzelfsprekend moet dit gevierd worden, dus "onze vriend" nodigt ons beiden uit om 's avonds met hem wat te gaan drinken in zijn stamkroeg. Nou ja, het is een aardige vent en we stemmen toe.
Als we 's avonds aankomen blijkt "onze vriend" al te hebben vóórgedronken en neemt hij ons mee naar een leeg saai café. Na een biertje te hebben gedronken besluiten we naar Tom en Jerrys ( kroeg ) te gaan, die tenminste vol zit.
"Onze vriend" die nu helemaal stomdronken is, heeft veel interesse in Noga ( ik wist wel dat ie daarom zo aardig was tegen ons ).
Ik vind het allemaal maar héél grappig en naarmate ik hem meer dronken voer, wordt hij handtastelijker bij Noga die er uiteindelijk genoeg van heeft en boos vertrekt. Ik word moe en heb er nu zelf ook genoeg van, maar "onze vriend" staat erop dat we naar een illegale striptent gaan. Meteen ben ik weer helemaal wakker en we gaan op weg.
Nadat we al zijn stamtenten langs geweest zijn, die allemaal dicht bleken in verband met het festival, zoek ik een taxi voor "onze vriend" die niet eens meer op zijn eigen benen kan staan, pleur hem erin en vertrek zelf naar Cherry's.
Als ik op de dag van vertrek om vijf uur 's morgens wakker word, ben ik ziek en mijn buikkrampen zijn erg genoeg om een snelle dood te wensen. Na een aantal wc- bezoeken moeten we echt de taxi in, maar zo gauw we op het vliegveld aankomen sprint ik weer naar de plee.
Na te hebben ingecheckt krijgen we te horen dat het vliegtuig zes uur vertraging heeft, dus maken we ons op voor een lange wachttijd, dicht bij de wc.
"Er mogen geen water- of gelachtige dingen aan boord van het vliegtuig, dat staat op de posters die bijna overal hangen!", zegt de douanebeambte nors als hij mijn neusspray vindt in mijn handbagage. "Maar", zegt hij zachtjes, "als je per ongeluk wat geld in mijn hand stopt, heb ik niks gezien!" Ik geef hem 50 roepies en hou mijn spray.
Nu dat ik zelfs in het vliegtuig krampen heb, vervloek ik de pizza met knoflook die ik gisteravond gegeten heb en als dan dat lampje gaat branden van -riemen vast en op je plaats blijven zitten- omdat het vliegtuig een beetje schudt, moet ik natuurlijk naar de wc!! De stewardes wil me terugsturen naar mijn plaats, maar ik kijk woedend en zeg : "Ik moet nu"!! Ze maakt gauw het invalidentoilet open, mensen kijken en lachen, maar het maakt mij allemaal niets meer uit.
Als ik op het nieuwe vliegveld van Bangkok aankom,( Nu is 1 euro: 48,82 bath ) kijk ik mijn ogen uit! Zò ongelofelijk groot! Hier neem ik afscheid van Noga die nog 8 uur moet wachten op haar vlucht naar Beijing.
Dan pak ik mijn rugtas en loop ik richting de bussen. Ik ben al eerder in Bangkok geweest, maar dat was nog op het oude vliegveld dus ik heb geen idee hoe in in het centrum moet komen.
Het blijkt dat ik eerst met een pendelbus naar het busstation moet en vanaf daar naar het centrum. In het centrum blijken er behoorlijk wat massage- en kapsalons bijgekomen te zijn. Ook de prijzen van zo'n beetjes alles zijn behoorlijk verhoogd sinds de laatste keer dat ik hier was.
.....Na wat dagen ziek geweest te zijn in Bangkok, ben ik nu ik Chantiburi, dat per bus ongeveer 5 uur rijden ( 200 bath ) van Bangkok ligt. Hierna ga ik op weg naar Cambodja, maar dat is voor later! |
|
|
 |
 Nepal
NEPAL
|
01 Oktober 2006 | 16:02:49
 |
Nepal
20-9-2006 tot 28-9-2006
Aangekomen bij de grens blijkt het uitermate simpel te zijn het land binnen te komen; één keertje wapperen met je paspoort en je bent binnen! Wèl moet je zelf moeite doen de plek te vinden om een visum te krijgen, wat 30 dollar kost.
Het valt meteen op dat de Nepalese mensen veel vriendelijker zijn dan de mensen in Tibet, zelfs de douanebeambte lacht en verwelkomt ons vriendelijk.
Het is warm, erg warm zelfs en Noga en ik willen gauw naar Kathmandu, maar we hebben geen roepies ( 93 roepies = 1 euro ).
Dus besluiten we wat dollars te wisselen op straat, want er is hier geen officieel wisselkantoor. Ik kijk er ook niet vreemd van op als we een slechte koers krijgen, maar pech, we moet tòch een busrit betalen!
Voor 300 roepies vinden we een bus die ons wel mee wil nemen, het is duidelijk geen toeristenbus.
Wij zijn de enige passagiers en de bus wordt volgeladen met tonnen en zakken, waarvan we de inhoud alleen maar kunnen raden.
Na enige tijd rijden we weg uit het grensplaatsje en vervolgen we de lange en gevaarlijke weg naar Kathmandu.
Gevaarlijk is het vooral omdat de bus vlak langs niet afgeschermde afgronden rijdt en vlak vóór of zelfs ìn de bocht inhaalt.
Af en toe gaat er een tweede chauffeur naast de eerste zitten en het wisselen van plek doen ze het liefst in de bocht!!! De eerste chauffeur heeft duidelijk frisse lucht nodig, want als een aap klimt hij door het raam het dak op!
Een andere gevaar vormen de radicale Maoïstische rebellen die erom bekend staan bussen te laten stoppen en alle passagiers een flink bedrag te laten betalen onder dwang van een vuurwapen. Maar gelukkig zijn er vele militaire checkpunten en controleauto's onderweg, hetgeen er voor zorgt dat we wel vijf keer militairen in de bus hebben staan. Gelukkig vragen die niet om geld!
De Maoïstische rebellen hebben we pas tegen het einde van de zes uur durende rit naar Kathmandu in de bus staan. Ze trekken wat tonnen en zakken open en bedreigen de busbemanning, maar tegen ons zijn ze aardig en veronderschuldigen zich dat zij even vóór ons gaan en dat we maar even moeten wachten tot ze klaar zijn!
Na deze ervaring nemen we een taxi naar het gasthuis, waar we maar voor 100 roepies per persoon per nacht verblijven.
Het eten in Kathmandu is echt heel goedkoop, je hebt hier een heerlijke maaltijd voor maar 80 roepies en dat zijn voornamelijk gerechten uit India.
Na drie dagen de stad bekeken te hebben, wil ik graag de jungle van Nepal in, welke ik al in vele documentaires op de tv heb gezien.
Mijn reisgenote wil ook mee. Hoewel ik liever alleen zou gaan, stem ik in, vanwege het vooruitzicht de kosten te delen.
We boeken een toer en voor 64 dollar per persoon is het eerste onderdeel van het programa: rafften. Dat valt me een beetje tegen! Het had wel wat wilder gemogen, maar toch vallen er nog twee personen uit de boot.
Verder een rit van een paar uur in de regen op een olifant door de jungle. We zien allerlei dieren, zoals herten, zwijnen en apen.
Daarna gaan we te voet en onder begeleiding van twee ervaren gidsen de beschermde jungle in bij Chitwan.
Het is helaas niet toegestaan om alléén de door tijgers, neushoorn, wilde olifanten, slangen, krokodillen en vele andere gevaarlijke beesten bevolkte jungle te lopen.
Tijdens deze 3 uur durende tocht zien we maar weinig en de gidsen vertellen dat het eigenlijk de verkeerde tijd is nu, omdat het gras(riet) zo hoog is dat zelfs ik er niet overheen kan kijken.
Toch besluit ik de volgende dag om voor 20 dollar alléén met de twee gidsen de hele dag de jungle in te gaan ,voor een route die weinig belopen wordt, omdat hij 20 km lang is, wat gewoon heel zwaar is door de jungle.
De gidsen lachen zich rot als ik verbluft kijken naar de ronde worm op mijn buik: bloedzuiger, de echte!!! en hij zit op mijn buik.
De gids haalt hem behendig van mijn buik af, maar ik zin op wraak en trap op die worm!! Een flinke hoeveelheid bloed spuit over mijn schoen. Gatverdamme!
Het blijkt te sterven van de bloedzuigers, omdat het nu regentijd is, zelfs de gidsen die zonder schoenen lopen worden er gek van. Ook voor mij is het amper bij te houden hoeveel ik er op mijn lichaam krijg, maar aan de bloedsporen op mijn kleren te zien: véél.
Gelukkig zien we ook veel andere dieren, zoals de groene bamboe adder en vele soorten hagedissen en kikkers.
Verder zijn er weer de vele apen die takken gooien naar ons vanuit de hoge bomen en herten, die bij het zien van ons een zelfde kreet slaan als dat ze doen bij het zien van een tijger.
Helaas zien we alleen de verse voetsporen van tijgers en neushoorns, maar niet de dieren zelf.
Op de terugweg moeten we liften naar Chitwan en dat is me lachen! Boven op een volgeladen kar, getrokken door een tractor, rijden we door de kleine dorpjes waar de mensen lachen en zwaaien bij het zien van die rare blanke man, die net als de arme mensen op deze manier moet reizen. Ik geniet, terwijl de regendruppels over mijn gezicht lopen.
De gidsen vinden het geweldig en ze zeggen dat ze nog nooit een klant gehad hebben die zo is als ik, ook zij genieten en zingen hard hun eigen, Nepalese muziek.
Na een saaie, lange rit komen we de volgende dag weer aan in Kathmandu, maar Noga is ziek en amper sterk genoeg om te lopen. Gelukkig gaat alles nu een stuk gemakkelijker dan de eerste keer dat we hier kwamen. We weten inmiddels de weg en komen aan bij ons gasthuis (Cherry) waar we onze grote rugzak hadden achtergelaten.
Na een controle met mijn oorthermometer zie ik dat Noga hoge koorts heeft (39.3), geen wonder dat ze zo zwak is! Ondanks het feit dat ik haar inmiddels niet meer kan uitstaan, kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om haar aan haar lot over te laten en de volgende drie dagen zorg ik dus voor haar. Ze wordt dan langzaamaan weer beter, wat te merken is aan haar terugkerende arrogantie, die blijkbaar hoort bij Israëlische vrouwen. Want ik heb er tijdens mijn reis al heel wat ontmoet en ze schijnen het allemaal te hebben. Nog een paar dagen dan vliegt ze naar Beijing en ben ik van haar af!
Kathmandu is gezellig en de Thamel is het toeristische gedeelte waar ik verblijf. Het stikt er van de vele outdoor winkels en ze zijn vrij goedkoop, dus ik ga mij de komende dagen bezighouden met het zo goedkoop mogelijk aanschaffen van wat kleding, want de kledingstukken die ik heb, zijn hoognodig aan vervanging toe. Je draagt ze tenslotte elke dag.
Vandaag ben ik naar de kapper geweest. Na gevraagd te hebben wat de normale kosten zijn voor alléén knippen, bleken deze 40 roepies. Maar toen ik bij verschillende kappers vroeg, begonnen ze met 200 roepies en eindigden met 100, wat ik uiteraard nog steeds teveel geld vond. Na heel wat gezoek ben ik maar overstag gegaan voor 70 roepies.
Uitgerust en fris ben ik klaar voor een nieuw avontuur! |
|
|
 |
 Mount Everest
TIBET
|
29 September 2006 | 08:09:53
 |
Mount Everest
10-9-2006 tot 19-9-2006
Het is nog donker als ik wakker word van de wekker die de Duitse jongen (die ik Flo noem) heeft gezet. Buiten is het koud; duidelijk nog géén tijd om onder de dekens vandaan te komen, maar ik ben dapper genoeg om tegen de Israëlische (Noga) te zeggen dat ze niet zo lui moet zijn en haar bed uit moet komen.
Met één sprong spring ik het bed uit en kleed me aan, kop onder de koude kraan en wakker ben ik!
Snel iets eten blijkt moeilijker, althans voor een redelijke prijs, want zowel Flo als ik voelen er weinig voor om de 30 yuan te betalen die in het hotel gevraagd worden voor een redelijk simpel ontbijt.
Maar snel iets vinden op straat is voor mij gauw gedaan; voor maar 7 yuan heb ik een volle maag en stap ik in de jeep die ons richting het basiskamp (5364 m) van de Mount Everest zal brengen. Dit kamp wordt door de bergbeklimmers gebruikt om acclimatiseren,d.w.z. wennen aan het tekort aan zuurstof in de lucht (die ongeveer de helft is van die op zeeniveau) en het is tevens de laatste plek waar de klimmers nog redelijk normaal kunnen worden bereikt, zodat ze gemakkelijk bevoorraad kunnen worden.
We hebben met z'n drieën een toer geboekt bij het "Snowhotel", wat ons totaal 5800 yuan kost. Dit is veel te veel geld als je het vergelijkt met de duidelijk zichtbare armoede in Tibet.
Maar de reden is simpel: je hebt niet echt een keus! De Chinese overheid maakt het je ronduit onmogelijk om in je eentje te reizen, omdat je zelf geen vergunningen krijgt, zodat je als groep alles via een tourorganisatie moet regelen.
Vandaar dat bij elk hostel en gasthuis een bord hangt, vol met briefjes van mensen die medereizigers zoeken voor verschillende toers.
De onze heeft er ook twee dagen gehangen om een vierde persoon te vinden, maar blijkbaar vindt men de 9 dagen, waarvan 4 wandelen met bepakking, naar het basiskamp iets teveel van het goede! Niet zo vreemd, want iedereen is bang om de gevreesde hoogteziekte te krijgen.
De eerste 3 dagen vliegen voorbij, het landschap is overweldigend mooi en vooral erg wild. Hier en daar groepen jaks (een soort rund) met hun armoedig uitziende herders, die vaak niet eens schoenen aan hebben en als ze deze al wel dragen, zitten ze vol met gaten.
De wegen, alhoewel je deze amper zo kunt noemen, zijn stoffig en regelmatig vlieg ik een stukje de lucht in.
Elke avond slapen we in een stoffig plaatsje, waar onze chauffeur ons naar zijn favoriete gasthuis brengt. Natuurlijk moeten we zelf onderhandelen vover een goede prijs! Het lukt ons telkens om die van 30 yuan naar 20 te brengen. Gewoon de ene keer onderling praten over dat in de LP meerdere goedkopere gasthuizen staan tot daadwerkelijk weglopen, waarna we worden ingehaald door de gastheer of -dame met: Oké, oké, jullie winnen!
De faciliteiten zijn minimaal, maar ook erg simpel en zorgen ervoor dat je aanpassingsvermogen tot het uiterste moet gaan.
WC's zijn altijd in de oude stijl, dus dit houdt in: een gat in de vloer waar je de berg stront en wc-papier kunt bewonderen, géén of slechts een halve deur, ach wie heeft er een deur nodig? Verder erg gezellig, want je zit gehurkt naast elkaar zodat je over het weer kunt praten. Privacy,wat is dat?
Douchen gebeurt in een vaak smerige ruimte met vaak alleen koud water en als er dan al door de zon verwarmd water is, dan is het een pisstraaltje en betaal je er meestal ook nog eens extra voor.
Heb ik het al gehad over de privacy? Want die is ook bij het douchen ver te zoeken.
De kamer bestaat uit een stoffige ruimte met drie bedden en wordt verlicht door een klein raam waar een te kort en te klein gordijn voor hangt, oh ja, heb ik het al gehad over privacy?
Waarom doe je het licht niet aan zou je denken? Nou dat zal ik je vertellen: ze hebben alleen stroom via een generator en omdat die weer een of andere brandstof gebruikt die geld kost, gaat ie pas draaien als het donker is, wat natuurlijk een vreselijke herrie maakt. Gelukkig overstemmen de vele straathonden dit de hele nacht door met hun geblaf.
De weg naar het "restaurant" van het gasthuis loopt langs de keuken, zodat je eigenlijk al geen honger meer zou hebben bij het zien van hoe de hygiénische omstandigheden daar zijn.
Toch, ik kom om van de honger en besluit elke keer weer te eten en wonderbaarlijk word ik geen enkele keer ziek!
Hoewel de gerechten simpel en goedkoop zijn, smaakt het uitermate goed en zelfs het jak vlees is heerlijk.
De eerste dag zijn we al tot flinke hoogte gestegen en hoewel Flo en ik ons zeer goed voelen is Noga ziek en zij besluit in bed te blijven terwijl Flo en ik naar een oud fort dat boven op een berg ligt, klimmen. Puffend komen we boven aan op de top.
We kunnen goed voelen wat de ijle lucht met ons doet, maar het uitzicht is de moeite waard en we genieten van de zonsondergang.
Na 3 dagen bereiken we Tingri (4390m), een klein plaatsje van waaruit we de trektocht naar het basiskamp gaan beginnen.
Van hieruit zijn de gigantische toppen van de met sneeuw en ijs bedekte Mount Everest en Cho Oyu zichtbaar.
We hebben de kampeeruitrusting (zoals tent, slaapmat, slaapzak en gasbrander) gehuurd in Lhasa, die Flo terug zal brengen, als hij met de jeep teruggaat naar Lhasa.
De volgende morgen om negen uur vertrekken we, bepakt en bezakt! Hoewel we alles wat we niet nodig hebben in de jeep laten, want onze chauffeur wacht ons op in Rongbuk (5000m), dat vlak vóór het basiskamp ligt, wegen de rugzakken zwaar door het vele eten en drinken.
Al snel blijkt het gewicht tè zwaar te zijn voor Noga, die er bijna van moet huilen. Ik vind het zielig en neem 3 flessen water van anderhalve liter over, terwijl ik ook al haar slaapmat en de gasbrander + 3 gasbussen extra mee nam, later neem ik haar slaapzak ook nog op mijn rug.
Ik heb er al gauw spijt van dat ik hieraan begonnen ben met haar. Ze is er duidelijk niet geschikt voor en bijft in een veel te langzaam tempo lopen, waardoor ik begin te twijfelen of we de 3 dagen track zelfs in 4 dagen wel zullen halen.
Halverwege komt de chauffeur opeens aanrijden. Hij wijst in een bepaalde richting en gebaart ons dat we verkeerd lopen (Engels spreekt hij helaas niet). Als hij weer weg rijdt kijk ik nog eens op de kaart van de LP. Wat bedoelt ie nou? We lopen goed volgens de kaart en wijselijk? besluiten we niet naar de chauffeur te luisteren.
Na ons kamp op de vlakte te hebben opgeslagen gaat de zon onder en wordt het stervenskoud door de aanwakkerende wind. Ik voel mijn gezicht branden want overdag is het bloedheet geweest en ondanks dat ik al behoorlijk bruin ben, voel ik dat mijn gezicht toch is verbrand.
Snel kruip ik in mijn slaapzak en val in slaap, maar midden in de nacht word ik wakker van de kou en trek ik mijn extra trui aan.
De volgende morgen blijkt iedereen slecht geslapen te hebben, wat deels door de kou en deels door het tekort aan zuurstof te wijten valt.
Na een kort ontbijt (het is nog steeds erg koud) besluiten we snel op weg te gaan. Na een uur lopen komt de zon op en wordt het nog warmer dan gisteren.
Een paar uur later komen we aan bij het kleine stroompje dat de LP aangeeft, nou ja stroompje? Het is eerder een wilde rivier vol met keien! Na enig onderzoek blijkt het onmogelijk dit "stroompje" over te steken en er is in geen velden of wegen een brug te bekennen.
De LP zei al zoiets dat je het stroompje beter vroeg in de morgen kon oversteken! Dit is vervelend omdat het nu nog maar twee uur in de middag is en we door Noga nogal vertraging hebben gehad.
Helaas blijkt er weinig keus, want na wat mislukte pogingen besluiten we dat oversteken maar voor gezien te houden en slaan we onze tenten op.
Na weer een koude nacht word ik om zes uur gewekt door mijn wekker en één blik naar buiten is genoeg om te weten dat het stroompje niet minder is geworden.
We besluiten op te geven vanwege de tijdsdruk en lopen langs het stroompje richting Tingri. Na 6 uur lopen stuiten we op een man die ons wel voor 40 yuan met zijn paard en wagen naar Tingri wil brengen. Na een leuke maar ook vooral- voor mijn bips pijnlijke- rit van een dik uur komen we aan bij ons eerdere gasthuis.
Er van uitgaand dat onze chauffeur daar nog is, want hij hoeft uiteindelijk pas over twee dagen in Rongbuk te zijn, maar dat is natuurlijk te optimistisch gedacht, want het vogeltje blijkt gevlogen!
De volgende dag proberen we een lift te krijgen, maar in de ochtend boeken we weinig succes, vooral omdat onze medereizigster liever in haar dagboek schrijft dan wat voor de goede zaak te doen.
Uiteindelijk hebben twee andere onuitstaanbare Israëlische meiden die het zelfde plan hebben als wij, een lift voor 1000 yuan met een vrachtauto geregeld en willen graag dat wij mee gaan om de kosten te delen. We besluiten om met ze mee te gaan.
Na een huiverige rit langs diepe afgronden en hevig geschut en onder de stof te zitten, komen we aan in Rongbuk, waar onze chauffeur onze boze gezichten met een glimlach begroet!
Maar het uitzicht op de Mount Everest ontneemt ons onze woede en vervolgens gaan we snel te voet beginnen aan de drieënhalf uur durende tocht dankzij Noga. Want de meesten doen er maar 2 uur over naar het basiskamp.
Na flink wat foto's te hebben gemaakt geniet ik duidelijk van deze voor mij magische plek, hier heb ik van gedroomd: dit was mijn wens! 's Nachts is minder fijn en aan dromen kom ik niet toe, het is ijskoud en de volgende morgen staat het ijs op de tent.
Na een terugrit met paard en wagen stappen we vermoeid in de jeep en rijden naar Shegar, waar Flo met de jeep terug gaat naar Lhasa en Noga en ik achterblijven om te liften naar de grens met Nepal.
Na de volgende dag weer in mijn eentje te hebben staan liften heb ik er spijt van ik haar gevraagd heb mee te reizen naar Nepal. Na een forse uitbrander is mevrouw beledigd, maar eindelijk bereid om te helpen en we vinden na een halve dag met de duim omhoog, een rit met een kolonne vrachtauto's voor 150 yuan ieder, maar bij een checkpunt ongeveer 6 km van het plaatsje wil onze chauffeur 200 yuan van ons allebei.Aangezien we ons in niemandsland bevinden stemmen we maar toe, maar de sfeer is meteen een stuk grimmiger.
's Avonds komen we aan in het grensplaatsje Zhangmu. Het is al te laat om de grens over te steken, dus vinden we een verbluffend goedkope kamer met tv, eigen wc en een gezamelijke warme douche voor maar 20 yuan per persoon.
De volgende morgen staan we in de rij voor de formaliteiten van de Chinese douanebeambte, wat eigenlijk voorspoedig verloopt en nadat onze exitstempels zijn gedrukt in ons paspoort rijden we voor 10 yuan met een soort grens taxi over de 8 km niemandsweg naar de Nepalese grens.
Even een apart stukje met mijn mening over Tibet:
Het land is zichtbaar zeer arm en wordt erg onderdrukt door de Chinezen. Gebedel is aan de orde van de dag, zowel van mensen die het zichtbaar nodige hebben, zoals de vele invalide mensen, als van de monikken die met de ene hand hun mobiel aan hun oor houden en -terwijl ik eet-hun andere hand voor mijn gezicht duwen om geld.Als je niks geeft kun wat hen betreft branden in hel. Gelukkig geloven Boeddhisten niet in de hel!
Naturlijk heb ik vele aardige Tibetanen ontmoet en zal niet iedereen over 1 kam scheren, maar zeker de meerderheid vond ik zeer onvriendelijk en niet erg boeddhistisch aangelegd.
Ze proberen je echt aan alle kanten een poot uit te draaien. En als ze dan vriendelijk zijn, is het altijd met een reden en zo gauw ze hun zin niet krijgen verandert hun vriendelijk gelach in een boze blik en spreken ze geen woord meer tegen je.
Het land is daarentegen wonderbaarlijk mooi en ondanks dat de Tibetanen mij zeer zijn tegengevallen, wil ik toch terug komen en dit geweldige land verder bezoeken.
|
|
|
 |
 Lhasa
TIBET
|
09 September 2006 | 23:21:06
 |
Lhasa
3-9-2006 tot 9-9-2006
De laatste dagen in Kunming doe ik niet veel spannende dingen meer, een beetje internetten en bier drinken met de Engelsman die ik heb leren kennen in Lijiang en weer ben tegengekomen in Kunming.
Lhasa is de hoofdstad van de Chinese provincie Tibet, maar iedereen met een beetje gezond verstand beseft dat Tibet eigenlijk een vrij land behoort te zijn.
Vandaar dat ik uit een soort protest, hoewel ik hier voorzichtig mee moet zijn, mijn blogs in de map Tibet plaats en niet in de map China.
Na voor de zoveelste keer vroeg te zijn opgestaan, vertrek ik per vliegtuig naar Lhasa(kosten voor de vlucht en vergunning zijn 2600 yuan) en na 3 uurtjes landen we op het vliegveld dat ongeveer 50 km van Lhasa af ligt.
Per bus rijd ik door het ruige landschap en hoewel ik veel slaap heb, houd ik mijn ogen open want het uitzicht is adembenemend, maar dat adembenemend voel ik ook letterlijk! Het snakken naar meer lucht komt omdat ik nu op een hoogte van 3600 meter verblijf!
Vooral als ik in Lhasa uit de bus stap voel ik pas echt goed hoe weinig zuurstof er in de lucht zit, want ik moet telkens diep ademhalen en dan voel ik mijn longen branden. Bovendien voel ik een pijn in mijn hals waar de klieren een beetje opgezet zijn
Zelfs 200 meter lopen betekent gewoon: vaak stoppen en diep ademhalen! Zelfs je idee over een afstand van 200 meter verandert; je hebt er gewoon geen zin in om het te lopen, terwijl het normaal een afstand van niks is.
Het is moeilijk te beschrijven als je hier nog nooit eerder bent geweest! Gelukkig wordt dit na een dag of 3 minder.
Ik verblijf in de dorms van het Yak Hotel en voor 30 yuan per nacht heb ik een bed in een 6- persoons kamer; de douches zijn goed, maar helaas is er weer geen westers toilet te bekennen.
Mijn kamergenoten bestaan uit een Duitse jongen, een Israëlische en een vrolijke Ierse kerel.
Samen met de Duitser en het Israëlische meisje ga ik op 10 september, per jeep, een toer maken richting het basiskamp van de Mount Everest, waarbij we de laatste 4 dagen gaan hiken naar het kamp zelf.
Na eerst 2 dagen te hebben uitgerust en rustig aan de stad te hebben verkend, die bestaat uit heel veel kleine straatjes met allerlei marktjes, besluit ik op donderdag een ticket voor het Polota Palace te halen. Dat was het huis van de Dalai Lama.
Goed, als je hier dus naar binnen wilt, heb je een flinke portie geduld nodig want het gaat als volgt: Je gaat op dag 1 's morgens vroeg naar het Paleis, wat ongeveer 20 minuten lopen is vanaf het Jak Hotel. Daar ga je in de rij staan met je paspoort. Als je aan de beurt bent krijg je een nummer op je arm geschreven en dan wordt je verteld dat je 's middags terug moet komen.
Zo gezegd zo gedaan : 's middags teruggekomen mag je op een plaats gaan zitten die genummerd is met jouw nummer en als je dan eindelijk aan de beurt bent, wordt je paspoortnummer op een ticket geschreven en daarna wordt je verteld dat je de volgende dag terug mag komen op een door hun bepaalde tijd, bij de hoofdingang van het paleis.
Dag 2 kun je weer in de rij wachten om je kaartje en je paspoort te laten zien en dan eindelijk mag je naar binnen, waar je vervolgens een behoorlijke trap moet oplopen! Dat is dan ook de reden waarom de boeken aanraden het paleis pas na 3 dagen te doen.
Boven aangekomen mag je dan eindelijk je 100 yuan (10 euro) overhandigen en krijg je de echte toegangskaart.
Maar als je dan uiteindelijk binnen bent, is het al die moeite toch echt wel waard!
Je ziet waar de Dalai Lama heeft gezeten en waar hij heeft geslapen. Er zijn nog steeds heel veel monniken in het paleis, wat voor grappige dingen zorgt, zoals een monnik die hardop aan het mediteren is terwijl opeens zijn mobiel afgaat, welke hij vervolgens meteen opneemt!
Ook bezoek ik nog de Sara Tempel, die ongeveer 200 monniken herbergt en daar zie ik me toch een spectaculaire discussie van de monniken! Die gaan op een bepaalde tijd in de tuin van de tempel discussiëren over hun geloof en dit gaat als volgt: de eerste monnik staat op en stelt een vraag aan de zittende monnik en elke keer als hij dat doet, klapt hij met zijn handen en de zittende monnik beantwoordt de vraag.
Zo krijg je al gauw een luidruchtig zootje, als alle 200 monniken op deze manier aan de gang gaan.
En nu: op naar de hoogste berg ter wereld!
|
|
|
 |
 Kunming
CHINA
|
07 September 2006 | 04:38:43
 |
Kunming
30-8-2006 tot 2-9-2006
Alsof ik al heel mijn leven hier kom, stap ik zelfverzekerd de stadsbus in die mij van het treinstation van Kunming naar een straat dichtbij het City café & hostel brengt, waar ik de komende nacht wil verblijven.
Het hostel ligt aan de achterzijde van het café en het is er erg lawaaierig omdat het aan een drukke weg ligt. Tevens stikt het er van de muggen en is er geen westers toilet! Maar voor 20 yuan (2 euro) per nacht mag je niet meer verwachten!
Gelukkig is het maar voor 1 nacht, want ik kom hier voornamelijk om mijn permit en vliegticket voor Tibet te regelen. Erna vertrek ik gauw per expressbus naar Lijiang, een rit van 9 uur door bergachtig gebied.
De rit is geweldig: je rijdt door kleine dorpjes en dan kijk je van grote hoogte weer op één van de rijstvelden uit.
Lijiang daarentegen is een grote teleurstelling: het stikt er werkelijk van de- voornamelijk Chinese- toeristen en hoewel ik wist dat het een toeristisch plaatsje is, had ik niet kunnen bedenken dat het zó erg was!!
Het gaat voornamelijk om het oude gedeelte van Lijiang dat is opgenomen in de "World Heritage Site List" in 1999.
Het enige wat naar mijn idee is overgebleven uit het verleden, zijn de daken van de huizen die allemaal zijn omgebouwd tot toeristenshops.
Deze worden voornamelijk gerund door de Han Chinezen, want de oorspronkelijke bewoners, de "Naxi", zijn verdreven uit hun winkels en mogen alleen maar in hun traditionele kleding dansen voor de toeristen.
Ik moet zeggen dat, afgezien van alle drukte, de kleine straatjes en de stroompjes water, waar het oude gedeelte van Lijiang om bekend staat, heel mooi zijn! En als ik 's avonds in het donker vanaf het dakterras van het Ancient Town Youth Hostel (20 yuan per bed) over de "old town" kijk, is het uitzicht prachtig, want de hele wijk wordt door rode lantaarns verlicht (het lijkt wel de rode buurt in Amsterdam).
Helaas heeft het hostel voor de dorms geen westers toilet en mijn darmen zijn nog niet geheel hersteld van de voedselvergiftiging, dus mijn stoelgang is erg onregelmatig. En dan is het Chinese toilet toch echt een hel, want gehurkt poepen 30 minuten lang is niet te doen.
Dus ben ik genoodzaakt een tweepersoons kamer te nemen, waar wel een gewoon toilet is.
Uitgelachen door de andere reizigers en dubbelslaand van de buikkrampen kruip ik maar op mijn dure wc pot (80 yuan).
De reden waarom ik eigenlijk hierheen gegaan ben, is om een foto te maken van de Jade Dragon Snow Mountain, welke te nemen is vanuit Black Dragon Pool Park.
Helaas is de top van de berg niet te zien en ze hebben de toegangsprijs van 20 yuan verhoogd naar 60 yuan(6 euro) en dat is mij geen enkel park (want meer is het niet) waard.
Ik maak kennis met een Engelsman en samen discussiëren we, onder het genot van een plaatselijk, goed smakend biertje(6 yuan per halve liter), over het verloren gaan van de Naxi-cultuur en over het feit dat er veel te veel Chinese toeristen zijn.
We zijn er over uit: hier moeten we zo snel mogelijk vandaan! De volgende dag vertrek ik per express- bus weer naar Kunming en hij naar Dali.
Om 22:45 uur kom ik aan op 1 van de vele busstations in Kunming, ik heb alleen geen idee welk, zoekend naar iets bekends. Een gewoon straatnaambordje zou wel makkelijk zijn, maar helaas: weinig is makkelijk in China.
Gelukkig komt er een bus met het nummer 2 aanrijden, die ken ik, dus voor 1 yuan rijd ik mee, maar heb geen idee of ik de goede kant op ga! Na een tijdje probeert de chauffeur te vragen waar ik heen wil, iets wat ik niet gewend ben van ze! Normaal zijn ze erg nors of weigeren ze gewoon je te helpen.
Dus een gelukje met een aardige chauffeur en een goede gok, want ik ga de juiste kant op!
Na ingecheckt te hebben in het Camellia hotel, dat ook dorms heeft voor 30 yuan per bed, merk ik al snel dat dit een veel betere keus is dan het City café&hostel, dat er vlakbij ligt. Hier zijn tenminste westerse, schone toiletten, de kamer is mugvrij en je hoort de weg bijna niet.
Ik heb opgemerkt dat dorms in hotels veel beter zijn dan in hostels of guesthouses, maar vaak zijn ze ook 10 yuan duurder.
Aankomende dagen ga ik doorbrengen in Kunming, want op 5 september ga ik per vliegtuig naar Lhasa in Tibet. |
|
|
 |
 Guiyang
CHINA
|
05 September 2006 | 18:24:03
 |
Guiyang
20-08-2006 - 29-08-2006
In deze stad ben ik om een speciale reden: de bruiloft van mijn neef en zijn Chinese geliefde Weijian. Ook een groot deel van mijn familie, inclusief mijn moeder, is naar deze stad afgereisd om bij de feestelijkheden aanwezig te zijn.
De reis is vermoeiend en na meer dan 18 uur komt de trein langzaam het station van Guiyang binnengereden. De trein is duidelijk minder luxueus en minder snel. De reis loopt voornamelijk door de bergen, want de stad ligt op een hoogte van ongeveer 1300 meter.
Ik had een schoon wit shirt aangetrokken, maar nu ik de trein uit kom is hij zwart; ik lijk wel een zwerver, een wereldzwerver wel te verstaan!
Na snel een taxi te hebben genomen naar het hotel waar ik samen met een andere neef een kamer zal delen, word ik al snel begroet door de aanstaande bruid en haar broer.
Mijn familie zal pas 's avonds met het vliegtuig aankomen, dus ik besluit de dag met de broer door te brengen. Na gegeten te hebben en een paar uur in het zwembad te hebben gelegen ben ik weer helemaal fris.
Later in de middag bezoeken we nog een park dat in de bergen ligt. Ongeveer halverwege ligt de Hongfu tempel, maar die blijkt volgens de broer niet echt interessant te zijn.
Wel heel leuk is de grote groep rhesusaapjes die gewoon in het wild rondlopen en heel brutaal het eten uit je handen stelen.
Een paar dagen later bezoeken we met mijn familie en vele andere genodigden voor de bruiloft per touringcar de toeristische Huangguoshu Waterval en nog een grottenstelsel, dat we per boot bekijken.
Aangezien de familie nog niet zo gewend is aan het reilen en zeilen in China neem ik ze op sleeptouw; zo neem ik ze mee in een stampvolle, lokale bus, omdat de taxi's ons niet mee wilden nemen.
Iedereen vindt het een hele belevenis wat voor mij inmiddels al heel gewoon is geworden, ze benoemen mij al gauw tot toerleider.
Voor mij is het nemen van een taxi een luxe die ik me niet te vaak kan veroorloven. We zouden 4 taxi's nodig hebben gehad, wat gezamenlijk toch al gauw 48 yuan kost (4 euro 80), maar met de hele groep in de bus kost het maar 10 yuan (1 euro): tel uit je winst!
Eten bestellen voor de groep in het restaurant van het hotel is nog de grootste uitdaging, aangezien niemand van het personeel ook maar een beetje Engels kent. Dus dit vraagt om een een nieuwe aanpak: gewoon de keuken in lopen en aanwijzen wat je wilt hebben. Wat een heel komisch tafereel oplevert, want elke keer als ik naar de keuken loop, word ik gevolgd door een hele stoet giechelende serveerstertjes die het allemaal bar spannend vinden.
Op zich vind ik de stad Guiyang (met buitenwijken: drie en een half miljoen inwoners), die in de armste provincie van China genaamd Guizhou ligt, weinig aantrekkelijk. Afgezien van wat parkjes en shopping centra is er bar weinig te beleven.
Van de uitgebreide Chinese bruiloftsceremonie kan ik weinig vertellen, omdat ik hier niet voor uitgenodigd was, maar het bruiloftsdiner was erg lekker! En na wat gebrabbel en vertaal van Chinees naar Engels en andersom komt het hier op neer: je moet als bruidspaar een hoop keren buigen op een Chinese bruiloft.
Mijn familie zal 29 augustus naar Beijing vliegen om daar nog een aantal dagen verblijven en excursies te maken, dus ik besluit ook voor diezelfde dag een treinkaartje te regelen naar mijn volgende bestemming Kunming. Helaas ben ik vandaag erg ziek, waarschijnlijk een voedselvergiftiging.
Bijna de hele dag lig ik in mijn bed en voel me beroerd. Hopelijk ben ik hersteld voordat ik per trein vertrek....
|
|
|
|
|
|